Dialyse nieuws

Nierwerking  


In de nieren zitten netwerken van haarvaatjes, kleine bloedvaatjes of adertjes. Uit het bloed gaat een deel van het water, zouten en andere opgeloste stoffen naar een buisje. De vloeistof in het buisje is de voorurine. Eiwitten en rode en witte bloedlichaampjes (de bloedcellen) blijven in het bloed achter. 

Verderop in de nier lopen het haarvaatje en het buisje met de voorurine weer tegen elkaar aan.  Hier gaat meer dan 99% van het water en vrijwel alle zouten en suikers weer van de voorurine terug naar het bloed.

De overgebleven geconcentreerde vloeistof vormt de urine met daarin veel ureum en creatinine, afbraakproducten van de eiwitstofwisseling. Geneesmiddelen, toxinen en een overmaat van bijvoorbeeld vitamine C worden eveneens op deze manier uitgescheiden. Verder regelen de nieren de vochtbalans van het lichaam en de hoeveelheid keukenzout (natriumchloride), kaliumzouten en andere zouten die uitgescheiden worden. 

Eerste kunstnier

De eerste kunstnier zag er ongeveer zo uit:
eerste kunstnier
eerste kunstnier, ontworpen door de Nederlander Willem Kolff

De Nederlander Willem Kolff heeft omstreeks 1942 de kunstnier uitgevonden. De eerste kunstnier werkte met een platte slang van worstenvellen (cellofaan of cellulose). Deze slang is om een draaiende cilinder gewonden die in een zoutbad ligt. Een zoutbad is een oplossing van zouten in water. Om de slang te vullen is een paar liter bloed nodig. 

Het bloed wordt door de slang gepompt, waarna kleine moleculen als die van ureum en water door het cellofaan naar het zoutbad gaan. Het cellofaan laat geen eiwitten of bloedcellen door. In het bloed zitten zouten die niet mogen weglekken in de kunstnier. De concentraties van natrium-, kalium- en calciumzouten in het zoutbad zijn daarom net zo groot als in het bloed. Als er zout van het bloed naar het zoutbad gaat, komt er net zo veel weer terug.

Moderne kunstnier

Er zijn tegenwoordig systemen op de markt die minder bloed nodig hebben. Het zogenaamde "holle-vezelsysteem" is het meest in gebruik.


Foto van een doorgesneden kunstnier. De 'haren' die er bovenuit steken zijn de vezels.
© foto: Jan Hesselink - UTNieuws

Bij het holle-vezelsysteem gaat het bloed door een hoeveelheid holle vezels, een soort dunne rietjes. De wanden van de vezels zijn membranen . De vezels hebben een diameter van 0,1 tot 0,2 mm. Door de vezels gaat het bloed, om de vezels heen de zogenoemde dialyseoplossing (het zoutbad van de ouderwetse kunstnier). Voor het vullen van de holle vezels is ongeveer 60 tot 100 mL bloed nodig. Het totale membraanoppervlak in de kunstnier is 1 tot 2 vierkante meter.

Om het bloed goed door de "dialyzer" te krijgen is een heleboel hulpapparatuur nodig. Het bloed moet met een constante snelheid stromen, het mag niet stollen, er mogen geen luchtbellen inkomen, enzovoort. In de tekening hieronder zie je wat er allemaal voor randapparatuur nodig is.

Werking kunstnier

Het principe van de moderne kunstnier is gelijk aan die van de eerste kunstnieren. Het membraan laat wel kleine deeltjes, maar geen grote deeltjes als eiwitten door. De concentraties natrium-, kalium- en calciumzouten in de dialyse-oplossing (het zoutbad) zijn net zo groot als in het bloed.

 Dit is een samenvatting van : Lespakket "Nierdialyse"

 
Find us on Hyves
Find us on Linked in