Dialyse nieuws

De nier

Het belangrijkste orgaan van het urinewegstelsel.
Behalve dat de nieren schadelijke stoffen uitscheiden, helpen zij de bloeddruk op peil houden en spelen zij een rol bij het regelen van de zuurgraad en het gehalte aan mineralen van de lichaamsvloeistoffen.
Daarnaast kunnen de nieren ook hormonen vormen en zijn zij een belangrijke schakel bij het actief maken van vitamine D.

1.    BIJNIER (GEHEEL): Boven op iedere nier ligt een bijnier, een klier die hormonen afscheidt

2.    ONDERSTE HOLLE ADER: Bloed uit het onderlichaam keert via deze ader terug naar het hart

3.    Bijnier (doorsnede)

4.    LICHAAMSSLAGADER (AORTA): Via deze slagader stroomt het bloed van het hart naar de rest van het lichaam

5.    Nier (doorsnede)

6.    Nierbekken

7.    Nierschors

8.    Niermerg

9.    URINELEIDER: Vanuit iedere nier loopt een urineleider via welke urine naar de blaas stroomt

10.  BLAAS: Urine komt in de blaas terecht, die een gespierde wand heeft

11.  UITGANG URINELEIDER: Deze uitgang functioneert als klep om te voorkomen dat urine terugstroomt

12.  PLASBUIS MAN: De plasbuis loopt van de blaas tot het uiteinde van de penis

13.  PROSTAAT: Bij mannen loopt de urinebuis door de prostaat

14.  UITGANG BLAAS: Spieren rond de uitgang helpen bij het ophouden van urine

15.  BUIKVLIES: Dit vlies, hier maar deels afgebeeld,ligt aan de binnenkant van de buik en bedekt onder meer de blaas

16.  NIERADER (VENA RENALIS): Via deze ader stroomt het bloed naar de onderste holle ader

17.  NIERSLAGADER (ARTERIA RENALIS): Deze slagader, een directe aftakking van de aorta, voorziet de nier van bloed

18.  NIER (GEHEEL): De nier aan de rechterkant ligt iets lager dan die aan de linkerkant


Bouw
 
De nieren zijn twee boonvormige organen, die tegen de achterzijde van de buikholte, naast de wervelkolom liggen, net onder het middenrif.
Gewoonlijk ligt de rechternier iets lager dan de linker-, om zo ruimte te geven aan de lever, die eveneens rechts boven in de buik ligt.
Bij een volwassene is een nier 10 tot 12 cm lang, 5 tot 7 cm breed en bijna 3 cm dik.
Het gewicht van een nier bedraagt ongeveer 150 gram.
Om de nier bevindt zich een laag vetweefsel, die het orgaan als een kussen beschermt tegen schokken.
In dit vetweefsel liggen ook de beide bijnieren ingebed, aan de bovenzijde van de nieren.
De bijnieren hebben wat betreft hun werking niets met de nieren te maken.
Zij produceren namelijk alleen maar hormonen.
Een normale nier is roodbruin van kleur en wanneer men haar overlangs doorsnijdt, kan men een buitenste schors en een binnenste merg onderscheiden.
Het merg is lichter van kleur dan de schors en is opgebouwd uit een aantal piramidevormige uitlopers.
Op de top van zo'n uitloper (de nierpapil) mondt een groot aantal verzamelbuisjes uit.
Deze lozen de in de schors en merg gevormde urine in een holte, het nierbekken (pyelum).
Meer naar het midden van de buik wordt het nierbekken trechtervormig en gaat dan over in de urineleider.
Vanuit elke nier vervoert zo'n dunne gespierde buis de urine naar de blaas.

 

 

1.    Slagader

2.    Ader

3.    URINEVERZAMELBUIS: Hierdoor stroomt urine van de nefronen naar het nierbekken

4.    HAARVATEN: Deze bloedvaten liggen om de nierbuisjes

5.    LIS VAN HENLE: Deze lis dringt het merg binnen; hier vindt de terugresorptie plaats

6.    Vet

7.    GROTE NIERKELKEN: In het nierbekken komen twee of drie van deze kelkvormige buizen uit

8.    Nefron

9.    KLEINE NIERKELKEN: In iedere kleine nierkelk komt de urine uit een nierpiramide terecht;vandaar stroomt het naar een grote nierkelk

10.  NIERPIRAMIDE: Deze kegelvormige gebieden, die samen het merg vormen,bevatten duizenden kanaaltjes waar de urine in terechtkomt

11.  URINELEIDER: Via de urineleider loopt de urine naar de blaas

12.  NIERKAPSEL: De nier is bedekt met een beschermend kapsel

13.  NIERBEKKEN: In deze trechtervormige buis komt de urine uit de nierkelken terecht

14.  NIERADER: Via deze ader stroomt het gefilterde bloed naar de onderste holle ader (vera cava inferior)

15.  NIERSLAGADER: Via deze slagader komt bloed van de aorta in de nier

16.  MERG: De middelste laag van de nier bestaat uit structuren die nierpiramiden worden genoemd

17.  SCHORS: In deze buitenlaag liggen ongeveer 1 miljoen nefronen

18.  NIERBUISJE: Dit bestaat uit een beginbuisje dat uit de ruimte van Bowman komt,een zogenoemde lis van Henle, en een eindbuisje

19.  GLOMERULUS: Deze kluwen haarvaten is de plaats waar de filtering plaatsvindt


Nierlichaampjes

Het werk van de nieren, het filteren van het bloed en het vormen van de urine, wordt in feite uitgevoerd door de nierlichaampjes ofwel nefronen.
Elke nier is opgebouwd uit ruim een miljoen van deze microscopisch kleine filtertjes.
Elk nierlichaampje bestaat uit twee delen, die elk een geheel eigen functie hebben: het in de nierschors gelegen nierfiltertje (lichaampje van Malpighi) en het nierbuisje (tubulus).
Deze buisjes zijn ongeveer 6 cm lang en ze lopen voor een deel ook in het merg van de nier. Zoals de naam al aangeeft, is het nierfiltertje de plaats waar het bloed wordt gefilterd.
Het is ten eerste opgebouwd uit een bolvormig kluwentje van zeer kleine slagadertjes, ook wel haarvaatjes genoemd.
Gewoonlijk wordt het bloedvatkluwentje aangeduid met de term glomerulus.
De haarvaatjes van de glomerulus hebben een wand met talloze poriën.
Op deze wijze kunnen bestanddelen van het bloed dat naar de glomerulus wordt aangevoerd, in het nierbuisje worden geperst.
Aangezien de poriën echter bijzonder klein zijn (een doorsnede van circa 0,00001 mm), kunnen niet alle stoffen uit het bloed de glomeruluswand passeren.
Het filtraat dat in elk nierbuisje terechtkomt, bevat dan ook geen bloedcellen en ook de grote eiwitmoleculen in het bloed kunnen niet door de poriën heen.
Een nierbuisje heeft tot taak het filtraat uit de glomerulus te verzamelen en naar het nierbekken te vervoeren.
Veel belangrijker is echter dat de nierbuisjes de samenstelling van de gefiltreerde vloeistof (ook wel voorurine genoemd) kunnen wijzigen, al naar gelang de behoefte van het lichaam.
Door de verzamelbuisjes kan de uiteindelijke urine worden afgevoerd naar het nierbekken.



Uitscheiding De nieren hebben vooral tot taak de samenstelling van het bloed te regelen. Ondanks grote wisselingen in opname van voedsel en in activiteit van de stofwisseling, moet de samenstelling van de lichaamsvloeistoffen constant blijven.
Dat de functie van de nieren belangrijk is, blijkt wel uit het feit dat al ons bloed eens per vier à vijf minuten door deze organen stroomt.
Via aanvoerende slagadertjes komt het bloed in het netwerk van haarvaten van de glomerulus terecht.
Door de druk van het bloed wordt een deel van het bloedplasma door de poriën geperst. Aangezien de poriën zeer klein zijn, kunnen alleen kleine moleculen zoals water, zouten, suiker en ureum in het nierbuisje terechtkomen.
Het bloed wordt in de glomeruli dan ook voor een deel van deze stoffen ontdaan.
Daardoor heeft het bloed dat via afvoerende bloedvaatjes de glomerulus verlaat, ook een andere samenstelling gekregen.
Omdat de bloedcellen in het bloed achterblijven, vervoert een afvoerend bloedvat dan ook zuurstofrijk bloed; zuurstof is immers gekoppeld aan de rode bloedcellen.
Dit afvoerende bloedvat is dan ook nog steeds een slagadertje.
Dit is eigenlijk een vreemde situatie: op de meeste plaatsen in het lichaam wordt in de haarvaatjes namelijk wél zuurstof afgegeven.
De afvoerende slagadertjes vertakken zich naderhand opnieuw in haarvaatjes, namelijk als een netwerk rond de nierbuisjes.
Op deze plaats wordt wel zuurstof afgegeven. Hieruit blijkt dat met name de activiteit van de nierbuisjes een energieverslindend proces is.
Dat is ook niet verwonderlijk, als men bedenkt dat per dag meer dan 180 liter voorurine in deze buisjes terechtkomt, terwijl de dagelijks gevormde hoeveelheid urine slechts ongeveer 1,5 liter bedraagt.
Het allergrootste deel van het glomerulusfiltraat wordt dus niet met de urine uitgescheiden, maar blijft voor het lichaam behouden.
De geleidelijke omzetting van voorurine in echte urine door de nierbuisjes is het gevolg van verschillende processen.
Tijdens de passage door het nierbuisje worden er allerlei nuttige stoffen weer aan de voorurine onttrokken.
Deze stoffen komen in het nierweefsel en vervolgens weer in het bloed terecht. Als er echter van een bepaalde stof te veel in de voorurine aanwezig is, kan niet alles meer worden verwerkt.
Bij suikerziekte bijvoorbeeld, kan het glucosegehalte van het bloed enorm verhoogd zijn.
Hierdoor wordt er door de glomerulus ook meer glucose in het nierbuisje geperst. Dit kan soms zo veel zijn, dat er in de uiteindelijk gevormde urine eveneens suiker terechtkomt.
Andere stoffen blijven gewoon in de voorurine achter of worden zelfs actief door de nierbuisjes aan de voorurine afgegeven (secretie).
Doordat de voorurine gaandeweg steeds minder water bevat, zal de concentratie van deze stoffen enorm stijgen.
Door al deze transportmechanismen te zamen, zijn de nierbuisjes dus in staat die stoffen in de urine te laten zitten die voor het normale functioneren van het lichaam overbodig of zelfs schadelijk zijn.


Regeling

De werking van de nierbuisjes staat voor een deel onder invloed van hormonen, te weten het antidiuretisch hormoon (ADH, ofwel vasopressine) uit de hypofyse en aldosteron uit de bijnierschors.
Deze hormonen regelen achtereenvolgens de hoeveelheid water en de hoeveelheid natrium die uiteindelijk in de urine terechtkomen.
Antidiuretisch hormoon wordt door de achterkwab van de hypofyse vrijgemaakt als het bloed te weinig water bevat (bijvoorbeeld doordat iemand veel transpireert of zeer zout heeft gegeten).
Het effect is dat de urine weinig water bevat ofwel sterk geconcentreerd is.
Bij overmatig drinken zijn de lichaamsvloeistoffen juist te 'waterig'. In dat geval wordt weinig ADH gevormd en blijft er in de nierbuisjes veel water achter.
Door de overvloedige vorming van verdunde urine raakt het lichaam het teveel aan water weer kwijt.
Alcohol remt ook de afscheiding van ADH door de hypofyse.
Dit verklaart waarom de urineproductie zo toeneemt na enige alcoholconsumpties.
Er kan zelfs zoveel water verloren gaan, dat er een geringe uitdroging optreedt.
De klachten die als gevolg hiervan ontstaan, noemt men gewoonlijk 'kater'.

Hormonen

Nieren scheiden niet alleen overtollige stoffen uit, ze produceren ook hormonen.
Ten eerste is er het erytropoëtine, dat de aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg bevordert.
Een tweede door de nieren gevormd hormoon is renine.
Het wordt geproduceerd als reactie op een te lage bloeddruk.
Via een aantal tussenstappen remt renine de uitscheiding van natrium en water door de nier en het verhoogt de bloeddruk.
Nog niet zo lang geleden is ook ontdekt dat de nier belangrijk is voor het vitamine D.
Voordat dit vitamine in het lichaam werkzaam kan zijn, moet het in de lever en vervolgens in de nier een aantal geringe chemische veranderingen ondergaan.

 
Find us on Hyves
Find us on Linked in